Vrijwilliger Pieter Mertens

Vrijwilligers zijn belangrijk voor Welzijnszorg.  Eén van de essentiële taken die ze opnemen is het lidmaatschap van de projectencommissies.  De projectencommissies bestaan in elke regio uit vrijwilligers met bijzondere competenties én personeelsleden van Welzijnszorg en bekijken samen alle projectsteunaanvragen.  De criteria waartegen die aanvragen worden afgetoetst zijn in de projectoproepen transparant meegegeven.  In deze reeks stellen wij enkele van deze bijzondere vrijwilligers aan u voor. 

Stel je zelf eens voor, wie ben je? 

Ik ben Pieter en ik werk aan de UCLL, op de campus Sociale School. Ik geef les rond groepsdynamica, hulpverlenen oefenen en ik ben praktijklector sociaal cultureel werk waarin ik  studenten begeleid op stage.  In mijn lessen probeer ik de buitenwereld binnen te brengen en betrek ik verschillende doelgroepen, professionals en ervaringsdeskundigen. Het outdoortraject dat we nu al enkele jaren organiseren is hier een  mooi voorbeeld van.  We maken een groep waarin het mogelijk wordt om van de verschillen te leren en gaan samen op pad met professionals, doelgroep  en zowel internationale studenten als onze reguliere studenten.  Zo werkte we al succesvol samen met De Ruimtevaart Compagnie Cordial, De Broej en zijn  de jeugdwerkers van J@m Mechelen ook steeds aanwezig.   

Pieter geeft les op de campus Sociale School en in zijn lessen probeert hij de buitenwereld binnen te brengen en betrekt hij verschillende doelgroepen, professionals en ervaringsdeskundigen.    

Dus heel praktijkgerichte vakken. 

Ja, heel praktijkgerichte vakken, waarin het belangrijk is dat waar de ervaring van de buitenwereld echt wel primeert. Waarin we dat ook een stem willen geven om zo voeling te kunnen blijven behouden met de realiteit.  

Ervaring in de buitenwereld primeert. 

 

 

Dat je een brede blik hebt op het werkveld en zicht op allerlei initiatieven sluit dan mooi aan bij je rol in de commissie?   

Ik wil dat zo goed mogelijk doen, maar ik merk ook dat ik zelf, door in een projectcommissie te zitten, voortdurend nieuwe dingen leer kennen. Het is een ervaring die ik meeneem in mijn werk en in mijn manier van kijken naar projecten en mensen. 

Die betrokkenheid zorgt er ook voor dat je scherp blijft. Je wordt uitgedaagd om je blik te verruimen, nieuwe initiatieven te ontdekken en kritisch te blijven nadenken over wat werkt en wat nog beter kan. Dat houdt mij alert en betrokken. 

Hoe ben je daar eigenlijk ingerold? 

Via Caro Bridts, collega aan de UCLL, zij is degene die me triggert en bewust maakt van een heel aantal zaken.  We merken ook dat haar ervaring en expertise een ongelofelijke meerwaarde bieden voor studenten. Het geeft gewoon een heel ander perspectief en daarom is het voor mij ook belangrijk andere perspectieven toe te laten en diverse projecten te kunnen ontdekken en ondersteunen. 

Want ik wil niet een docent zijn die er enkel over praat, maar die het mee kan zien, (deels) mee kan ervaren. Je kan het niet helemaal ervaren. Dus het is wel een belangrijke rol voor ons als docent ook, dat wij voeling blijven houden met de buitenwereld. En daarom vind ik het ook belangrijk. Mijn vrijwillige engagementen bij Buurtsport Mechelen, J@Mechelen en de projectcommissie geven mij hierin veel energie. 

Ik wil geen docent zijn die erover praat, maar die het mee kan zien, mee kan ervaren, voeling houden. 

En wat doet dan zo'n projectcommissie? Wat doen jullie eigenlijk als commissieleden daarin?  

We krijgen elk jaar een aantal projectaanvragen binnen en dan wordt er aan ons gevraagd om daar ook naar te kijken. Als ik die begin te lezen dan denk ik vaak: ‘wauw, hoeveel mooie zaken bestaan er eigenlijk’. Mensen die in een gat springen, omdat een overheid daar niet mee bezig is of op dat moment geen aandacht voor heeft en dat er dan toch mensen zijn die vanuit een goede intentie daar hun schouders onderzetten. Dat vind ik dan wel heel fijn.  En dan gaan we daar samen met de andere leden over in gesprek  om een te kunnen advies geven. Dat is ook altijd wel fijn, omdat je verschillende invalshoeken hebt van verschillende mensen die daar mee naar kijken Daarna wordt er ons ook gevraagd om een werkveldbezoek te plannen en dat vind ik wel heel waardevol, omdat je dan ook wel de mensen ziet achter de projectaanvraag. We merken bovendien dat het indienen van een projectaanvraag voor veel mensen geen eenvoudige opdracht is. De talige en administratieve vereisten vormen vaak een hoge drempel, terwijl het net deze groepen en initiatieven zijn die we willen bereiken. Daardoor blijven waardevolle projecten en lokale engagementen soms onder de radar. Tijdens werkveldbezoeken krijg je vaak een veel beter beeld van wat er leeft en welke noden en sterktes aanwezig zijn. Je ziet initiatieven die misschien niet de beste schriftelijke aanvraag zouden indienen, maar die wel een belangrijke maatschappelijke impact hebben. Net daarom vind ik dergelijke bezoeken zo waardevol. Voor mij ligt hierin ook een belangrijke uitdaging voor Welzijnszorg: ervoor zorgen dat we niet achter de feiten aanlopen, maar voldoende voeling houden met wat er in de praktijk gebeurt. Dat vraagt flexibiliteit, zowel in de manier waarop we projecten opsporen als in de wijze waarop projectaanvragen worden beoordeeld en ondersteund. Alleen zo kunnen we ook de initiatieven bereiken die het verschil maken, maar niet altijd de weg vinden naar de klassieke aanvraagprocedures.  

We worden vaak gevraagd om een werkveldbezoek in te plannen en dat vind ik wel heel waardevol, omdat je dan ook wel de mensen ziet achter de projectaanvraag. 

Wat we kunnen doen vanuit de commissie is eigenlijk projecten die veldjes creëren waarin mensen iemand kunnen zijn, ondersteunen. Een veldje waarin mensen kunnen mee zijn, meedoen en meetellen en dan gebeuren er interessante zaken. En dat is wat je wil. Die drie zaken zijn voor mij wel heel belangrijk. 

 

Waar letten jullie op als jullie eigenlijk een selectie maken? Wat is belangrijk om mee te nemen? 

Een eerste belangrijke vraag voor mij is altijd of een project structureel ingebed is of kansen biedt om verder ingebed te worden in de bestaande context. Daarbij kijk ik sterk naar de samenwerking met andere partners. Verbinden en versterken zijn voor mij essentiële criteria. Tegelijkertijd weten we dat dit niet altijd eenvoudig is. Toch zijn het aspecten waarmee we rekening moeten houden om te vermijden dat mensen of initiatieven er alleen voor komen te staan. Daarnaast vind ik participatie van groot belang. Hoe worden de betrokken doelgroepen meegenomen in het project? Wordt er echt samen met hen gewerkt en ontstaat er een proces waarin mensen inspraak hebben en eigenaarschap kunnen opnemen? Voor mij is het belangrijk dat projecten niet enkel iets organiseren voor mensen, maar ook samen met mensen. Het verbindende aspect gaat daarbij verder dan het samenbrengen van individuen. Ik kijk ook naar de manier waarop organisaties met elkaar in contact worden gebracht. Ontstaan er nieuwe samenwerkingen? Worden netwerken versterkt? En slagen projecten erin om mensen en organisaties in hun kracht te zetten? Dat versterkende element vind ik bijzonder waardevol. Projecten kunnen bovendien inspirerend werken voor andere organisaties. Wanneer een initiatief bijvoorbeeld een doelgroep bereikt die voor een OCMW of andere organisatie moeilijk bereikbaar is, kan dat nieuwe inzichten en werkwijzen opleveren. Op die manier versterken organisaties elkaar en leren ze van elkaars praktijken. Uiteindelijk streven al deze initiatieven hetzelfde doel na: een bijdrage leveren aan het terugdringen van armoede en sociale uitsluiting. Daarom vind ik het belangrijk om niet alleen te kijken naar de concrete resultaten van een project, maar ook naar het potentieel dat ontstaat. Welke verbindingen worden gelegd? Welke krachten worden versterkt? En welke kansen kunnen hieruit groeien? Geloven in dat potentieel en ruimte geven aan wat kan ontstaan, vind ik een essentieel uitgangspunt. 

We letten erop of projecten structureel werken.  Samenwerken met de doelgroep, niet voor hun maar met hun (participatie).  Samenwerken met andere partners, netwerken, elkaar versterken.  Verbindend werken. Mensen in hun kracht zetten. Geloven in het potentieel. 

Wat vind je daar dan waardevol aan? Of zinvol om dat te doen ook? 

Wat ik daarin waardevol en zinvol vind, is dat je probeert om mensen een stem te geven. Je ondersteunt plekken waar mensen erkenning krijgen voor wie ze zijn en vooral voor wat ze kunnen. Mensen betrekken en hen echt een stem geven zorgt ervoor dat ze ook het gevoel hebben dat ze meetellen. En net daardoor verlies je de doelgroep niet uit het oog, iets wat volgens mij soms onderschat wordt. 

De betekenis van bepaalde initiatieven is niet altijd vanzelfsprekend. Een meerdaagse uitstap naar de zee kan bijvoorbeeld op het eerste gezicht iets kleins lijken, maar voor sommige mensen kan dat het enige weekend zijn dat ze in een heel jaar meemaken. Dat geeft zo’n ervaring een heel andere waarde en gewicht. Het gaat dus niet enkel over activiteiten organiseren, maar over mensen in hun kracht zetten. En dat vind ik net zo interessant aan dit werk. 

Ik had onlangs nog een gesprek met iemand van De RuimteVaart, met wie ik samen een traject heb doorlopen. Het is fijn om te zien hoe mensen kunnen groeien wanneer ze ergens bij horen, wanneer ze kunnen mee zijn, meedoen en meetellen. Dat  vind ik essentieel. 

Hoe klein iets dat een project doet soms ook lijkt - één weekend aan zee – kan een wereld van verschil maken voor de betrokkenen.  Hun ervaring en beleving telt!  Mensen zien groeien, er bij horen, meedoen, meetellen, dat vind ik belangrijk. 

Welke mooie momenten of verzoeken zijn dan bij jou veel blijven hangen? Of organisaties? 

Wat ik vooral onthoud uit de verschillende bezoeken, is de enorme vindingrijkheid en het vermogen om te experimenteren. Vaak realiseren mensen met beperkte middelen bijzonder veel. Dat vind ik indrukwekkend. Wat mij daarbij vooral aanspreekt, is de passie en het engagement waarmee mensen zich dagelijks inzetten voor anderen die het moeilijk hebben of in armoede leven. Die gedrevenheid zie je telkens opnieuw terug. Mensen blijven zoeken naar oplossingen, bouwen bruggen en creëren kansen, vaak ondanks de vele uitdagingen waarmee ze geconfronteerd worden. 

Bij het bezoek aan Asiat Park viel dat voor mij ook sterk op. De trekkers kwamen net uit een zware coronaperiode en gaven zelf aan dat ze moe waren en op hun grenzen zaten. Tegelijk voelde je hun blijvende engagement en hun wil om verder te gaan. Op zulke momenten kan het belangrijk zijn dat er een extra duwtje in de rug wordt gegeven. Dat je erkenning biedt voor wat er al gerealiseerd is en vertrouwen uitspreekt in wat nog mogelijk is. Dat is voor mij ook een belangrijke betekenis van dergelijke ondersteuning: niet alleen middelen voorzien, maar ook mensen versterken in hun engagement en hen het gevoel geven dat hun inspanningen gezien en gewaardeerd worden.  

Dat is voor mij ook een belangrijke betekenis van dergelijke ondersteuning: niet alleen middelen voorzien, maar ook mensen versterken in hun engagement en hen het gevoel geven dat hun inspanningen gezien en gewaardeerd worden.   

En merk je dat er nog wat ontbreekt? 

Wat ik merk, is dat er nog heel wat doelgroepen zijn die we momenteel niet bereiken. Dat is voor mij een belangrijk aandachtspunt. Tegelijk zie je in een aantal projectaanvragen wel dat er expliciet op die groepen wordt ingezet, wat hoopgevend is. Het maakt ons ook bewust van de drempels die we zelf mee creëren, bijvoorbeeld via onze manier van werken en het indienen van aanvragen.  

Ik denk dat daar nog veel werk ligt. Het is belangrijk dat we werk maken van een grotere diversiteit binnen onze eigen commissie, zowel op vlak van mensen in armoede als op vlak van etnisch-culturele diversiteit. Verschillen zijn immers verrijkend: ze brengen andere inzichten binnen en maken ons bewuster van onze eigen manier van denken en handelen. 

Ik denk dat daar ook nog wel veel ruimte voor verbetering  is in onze eigen commissie. 

Ik besef ook dat het soms moeilijk is om te spreken over een realiteit waarin je zelf niet leeft. In mijn contact met Caro Bridts word ik daar regelmatig op gewezen. Zij stelt vaak de vraag: hoe kijk je naar armoede en waar hou je rekening mee? Dat soort perspectief is iets wat we soms missen, maar net daardoor wordt het des te belangrijker om het binnen te brengen. 

Ik denk dat dit een duidelijke uitdaging is voor Welzijnszorg: erkennen dat we bepaalde groepen onvoldoende bereiken en daar bewust op inzetten. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor nieuwkomers, een groep die het vandaag steeds moeilijker lijkt te hebben om aansluiting te vinden. 

Waar zouden we eigenlijk nog meer middelen voor kunnen vrijmaken vanuit Welzijnszorg?  

Ja, bijzondere aandacht voor nieuwkomers denk ik dat dan in deze tijden wat ne moeilijke wordt. Maar ik geloof ook heel sterk in het niet-hulpverleningsverhaal. Dat je eigenlijk gaat voor initiatieven waar mensen samengebracht worden, waar meer vertrokken wordt van talenten, waarin mensen waardering kunnen krijgen, waarin mensen kunnen groeien. Er terug bij horen, dat vind ik ontzettend belangrijk. En niet zo in bestaande structuren, maar daar letten we eigenlijk ook wel wat op.  Ik vind dat wel belangrijk.  

Ik geloof ook heel sterk in het niet-hulpverleningsverhaal. Dat je eigenlijk gaat voor initiatieven waar mensen samengebracht worden, waar meer vertrokken wordt van talenten, waarin mensen waardering kunnen krijgen, waarin mensen kunnen groeien. 

Ik vertrek graag vanuit de gedachte dat je niet altijd hoeft te vertrekken vanuit problemen, maar net vanuit de kansen en talenten die mensen hebben. Dat perspectief maakt voor mij een groot verschil. Dat merkte ik ook in mijn contact met iemand van De RuimteVaart, met wie ik eerder samen een traject heb gedaan. Wanneer we elkaar nadien opnieuw spreken, vertrekt het gesprek niet vanuit wat moeilijk loopt of wat ontbreekt, maar vanuit wat we samen hebben opgebouwd en beleefd. Dat is bijzonder waardevol. Het geeft een ander soort ontmoeting. Het is dan niet iemand die vertelt dat het op dat moment moeilijk gaat, maar iemand die kan teruggrijpen naar een gedeelde ervaring: “Weet je nog, tijdens dat traject dat we samen hebben gedaan…” Dat maakt het contact gelijkwaardiger en veel rijker. Net dat perspectief, vertrekken vanuit talenten, gedeelde ervaringen en sterktes , vind ik erg belangrijk. 

Niet altijd vertrekken vanuit een probleem, maar vanuit kansen en talenten die mensen hebben. 

Dat is gewoon heel waardevol, omdat je daardoor in een totaal andere relatie met mensen terechtkomt. Je vertrekt niet vanuit een positie van “ik ga jou helpen” of eenzijdige ondersteuning, maar vanuit gelijkwaardigheid en wederkerigheid. Het gesprek verschuift dan naar: “Hoe heb jij dat beleefd?” en “Wat hebben we samen gedaan?” Het gaat over gedeelde ervaringen en gezamenlijke trajecten, in plaats van over problemen die opgelost moeten worden. Dat maakt de relatie rijker en menselijker. Net dat samen iets kunnen doen en van daaruit in dialoog gaan, blijf ik bijzonder boeiend vinden. Het verandert niet alleen de manier waarop je werkt, maar ook de manier waarop je mensen ontmoet. .  

En wat zou je toe wensen aan mensen in armoedesituaties?  

Dat er geen armoede is natuurlijk, dat is het ideale en in tussentijd gewoon dat ze er elk op hun manier toch wel  mee zijn, meedoen en meetellen en daarvoor is het belangrijk dat er projecten en plekken zijn die hiertoe bijdragenerbij kunnen horen, van tel kunnen zijn, ook gewaardeerd worden om wie dat ze zijn en dat ook hun talenten niet vergeten worden. Je merkt toch dat je heel vaak heel getalenteerde mensen hebt, maar die het in onze samenleving eigenlijk gewoon heel moeilijk hebben: geen plek meer hebben, of moeilijker een plek kunnen vinden. Dan is het zo mooi dat er plekken zijn die mensen wel toelaten en in mensen geloven, want als je gelooft in die mensen, kun je veel veranderen. 

Als je gelooft in die mensen, kun je veel veranderen. 

Wat een mooie afsluiter!  Dank je wel.