Vrijwilliger Karel Bollen

Vrijwilligers zijn belangrijk voor Welzijnszorg.  Eén van de essentiële taken die ze opnemen is het lidmaatschap van de projectencommissies.  De projectencommissies bestaan in elke regio uit vrijwilligers met bijzondere competenties én personeelsleden van Welzijnszorg en bekijken samen alle projectsteunaanvragen.  De criteria waartegen die aanvragen worden afgetoetst zijn in de projectoproepen transparant meegegeven.  In deze reeks stellen wij enkele van deze bijzondere vrijwilligers aan u voor.   

Wie is Karel? 

Ik ben Karel Bollen en intussen enkele jaren met pensioen. Daarvan profiteer ik om vanuit de organisatie Kerp mee te werken om onze kerk – die geen pastorale functie meer heeft – toch een functie voor de buurt te laten behouden. Maar ik ben vooral actief binnen het dagelijks bestuur van de vzw Voedselbank Limburg-Depot Margo om ervoor te ijveren dat de materiële hulpverlening meer zou bieden dan een pakket goederen. Om kwaliteitsvol te werken in functie van de mensen is er best ook onthaal, gesprek met lotgenoten, zijn hulpverleners aanwezig en hebben de klanten keuze in wat ze nodig vinden. Vandaar dat ik het model van sociale (en solidaire) kruideniers promoot. 

Ik promoot het model van sociale en solidaire kruideniers. 

Beroepsmatig was ik actief in het maatschappelijk opbouwwerk. Ik trachtte de vragen en signalen van de mensen in een kwetsbare positie goed op te vangen en samen met hen te zoeken naar manieren om daar iets rond te doen. Vertrouwen in mensen en het geven van kansen stonden hierin voor mij centraal. 

Wat doet de projectencommissie en de leden? 

Na de projectenoproep worden er elk jaar een aantal voorstellen ingediend die graag tot ontwikkeling willen komen dankzij de financiële steun die Welzijnszorg wil bieden.  

Dan is er de fase waarin eerst afgetoetst wordt of de voorstellen beantwoorden aan de criteria die vooropgesteld zijn: komt het tegemoet aan een nood, zijn de mensen in kwetsbare positie ook zelf betrokken bij het opzet en heeft het een structurele impact. Voor initiatieven die vanuit vrijwilligerswerkingen groeien zijn we mogelijk wat toleranter omdat die gedragen worden vanuit een sterke overtuiging, van een bewustzijn dat men ter plaatse ‘iets’ moet veranderen om te kunnen verbeteren. We zijn er ons wel van bewust dat zulk initiatief tegelijk veel kwetsbaarder is omdat het niet kan terugvallen op een grotere structuur achter het idee. 

Met de projectencommissie toetsen we eerst af of de projectaanvragen, de voorstellen, beantwoorden aan de afgesproken criteria.  We moeten tegemoetkomen aan een nood, mensen in een kwetsbare positie moeten ook zelf betrokken zijn bij het opzet, en het moet een structurele impact hebben. 

Daarvoor dienen ook de projectbezoeken. Hierbij trachten leden van de projectencommissie te peilen naar de effectieve haalbaarheid van het opzet, van de sterkte van de initiatiefnemers, de achtergrond van het projectvoorstel en de samenwerking die ze met andere actoren nastreven. Daar valt telkens opnieuw de gedrevenheid van de initiatiefnemers op. Zij zijn er heilig van overtuigd dat ze met hun voorstel een verschil en vernieuwing kunnen waarmaken en hopen daarom heel sterk op een budget om dit in de praktijk te tonen.  

Dan komt de beslissingsfase. De ervaring van de projectbeschrijvingen en -bezoeken worden samengelegd en bekeken welke voorstellen binnen het bestaande budget gesteund kunnen worden. Het is soms pijnlijk om bepaalde initiatieven te moeten schrappen omdat er onvoldoende kracht achter het voorstel zit, terwijl je goed weet hoe bezield en geëngageerd mensen eraan werken om iets mogelijk te maken, soms tegen de stroom in. Dan wordt er altijd een motivatie bij gegeven en mogelijk een advies over hoe het project in de toekomst wel kansrijker gemaakt kan worden door samenwerkingsverbanden aan te geven, andere subsidiekanalen voor te stellen, vormingsmomenten te suggereren… in afwachting van een volgende oproep. 

Dan komt de beslissingsfase. De ervaring van de projectbeschrijvingen en -bezoeken worden samengelegd en bekeken welke voorstellen binnen het bestaande budget gesteund kunnen worden. 

Tegelijk is er natuurlijk vooral ook het positieve gevoel dat er is als je merkt dat initiatieven erin slagen om effectief iets in beweging te zetten, dat ze duurzaam uitgebouwd raken en ervoor zorgen dat kwetsbare mensen versterkt worden in hun eigenwaarde. 

Is het boeiend om te doen? 

Natuurlijk is het heel verrijkend om kennis te maken met nieuwe voorstellen, werkingen en overtuigde personen die samen met mensen in een kwetsbare positie willen opkomen voor hun rechten.  

Als je merkt dat initiatieven er in slagen effectief iets in beweging te zetten, geeft dat een positief gevoel 

Tegelijk prikkelt het me om zelf goed oog te blijven hebben over hoe situaties en problemen ervaren worden door mensen in armoede, wat voor hen verschil kan maken, hoe ze kunnen wrikken aan hun cirkel van achterstelling, hoe ze zelfvertrouwen kunnen opbouwen om sterker in de samenleving te staan, … 

Hoe gaat dat met projectbezoeken? Wat is je bijgebleven? 

Bij een bezoek dat ik zeker nooit zal vergeten, stond ik nog aan de kant van een project. Vanuit de vrijwilligersgroep Gastvrij Sint-Truiden werd toen een voorstel ingediend rond de ondersteuning van de Sikh-gemeenschap. Op dat moment was die gemeenschap het mikpunt van verschillende incidenten in de stad. Met de steun van Welzijnszorg – die leidde tot samenwerking met de parochie - konden we een kantoor openen om eerst Sikhs, maar later ook andere nieuwkomers te onthalen, te helpen met hun aanvragen, onderdak te zoeken, …. Toen heb ik ervaren dat niet zozeer de projectsubsidie een verschil maakte, maar de samenwerkingsverbanden die uit de erkenning groeiden.  

Ik heb zelf ervaren dat niet zozeer de projectsubsidie een verschil maakt, maar de samenwerkingsverbanden die uit de erkenning groeien.  

Pas nadat Welzijnszorg het project erkende, werd het ook door anderen serieus genomen. Eens het zichtbaar werd kreeg het weerklank bij de buurt en volgde het beleid. Daardoor kon ‘Masala’ geleidelijk verder uitgebouwd worden met een deeltijdse medewerker die vooral het onthaal en dienstverlening op zich nam. Vanuit die basis groeiden een (tweedehands)kledingswinkel, taallessen, kook- en knutselnamiddagen, huiswerkklassen, interculturele ontmoetingen, …. Die werking heeft ruim 30 jaar standgehouden, vooral gedragen door vrijwilligers. 

Het is die ervaring die gemaakt heeft dat ik later wilde ingaan op de vraag om bij de projectencommissie aan te sluiten. 

Op die manier kwam ik terecht bij Warm Hart in Houthalen. Dat was een kleine werking die eigenlijk door slechts 2 geëngageerde mensen in armoede gedragen werd. Zij durfden het wel aan om te getuigen over hun leven en slaagden erin om enkele mensen te helpen door wat slimme samenwerkingen op te zetten. Hoewel het een heel fragiele en prille werking was, besloot de projectencommissie om hen een kans te geven. Het is ongelooflijk hoe die mensen de kans gegrepen hebben. Die onzekerheid rond het voortbestaan van de werking heeft nog lang geduurd, ook nadat ze erkend werden als Vereniging Waar Armen Het Woord Nemen. Het ging allemaal met vallen en opstaan, maar intussen runt Warm Hart een sociale kruidenier, bieden ze warme middagmaaltijden aan en is er een heel ruim hulpverleningsaanbod waar veel mensen in armoede aan meewerken en beroep op doen.  

Ben je nog op een andere manier betrokken bij Welzijnszorg? 

Vroeger deed ik wel mee aan ‘Zet je benen in voor de armen’. Nu doe ik jaarlijks een kleine financiële bijdrage en neem ik deel aan de startdag. 

 

Wat wens je mensen in armoedesituatie toe? 

Dat er genoeg mensen zijn die hen vertrouwen, in hen geloven en projecten met hen opzetten waarin ze kansen krijgen. Van daaruit groeit hun eigenwaarde. Er is dat zelfvertrouwen nodig waardoor ze in deze samenleving hun plek kunnen opnemen en tegelijk iets betekenen voor andere mensen. Uiteindelijk heb ik zelf misschien wel het meest geleerd vanuit het contact met mensen die gegroeid zijn uit de armoede. 

Ik wens mensen in armoedesituaties andere mensen toe, die hen vertrouwen, in hen geloven en samen met hen projecten opzetten waarin ze kansen krijgen.  

Heel hartelijk dank voor dit gesprek Karel!  Het is fijn om van jouw ervaringen en kijk te mogen leren.