Catje van Sering vzw

In het kader van de campagnevoorbereidingen gingen we in gesprek met heel wat mensen. Ze vertelden ons boeiende, schrijnende maar ook hoopvolle verhalen. Neem even tijd en lees mee.

Onzichtbaar wonen Ik ben Catje, ik ben 58 jaar. Ik heb nogal een zwaar drugverleden: heroïne, amfetamine. Dat is voorbij. Ik heb een tijd gewerkt, dan m’n werk kwijtgespeeld en in het kraakmilieu terecht gekomen. In het begin woonde ik in ‘t Antifabriek in ’t Stad, de politierechtbank van vroeger.

Dat was dus een hele grote organisatie van Fred, de hoofdkraker. Ik ben er mee ingerold. Dat was een heel graaf kot, maar eigenlijk mocht daar dus niemand wonen. We woonden er met 15 man in totaal, ieder een verdiepje. In de kelder hadden ze een muziekkelder gemaakt, nogal punky en hardrock. Je kon daar altijd iets gaan drinken voor een goedkoop prijsje, dat was altijd gezellig.

Er was altijd volk waarmee je kon omgaan. Ik heb wel gestudeerd voor dierenverzorging in dat kraakpand, een knie laten vervangen in dat kraakpand, een job gehad in het dierenasiel. Dat was echt samenwerken met een groep. We deden ook activiteiten voor de buurt bijv. tweedehandskleren, een inloop voor daklozen, soepkes maken, soepkes geven. Je probeert mensen te helpen die komen. Dat was heel goed met de buurt verweven en we werden ook geaccepteerd.

Maar van de politie mocht het eigenlijk niet… We mochten daar wel dingen doen, maar er niet in wonen. We moesten dus proberen daar onzichtbaar te wonen. En dan is het uitgekomen en op korte termijn moest iedereen er buiten. Er volgde een moeilijke tijd. Elke keer bij de verhuis naar een nieuw kraakpand, vielen er af. Er kwamen er soms ook wat bij, maar het is afgedwaald naar niks meer.

Als je niet meer dat sociale gedoe hebt… Op het einde had ik niet meer het gevoel dat ik ergens thuis was. En dan, na jaren wat rommelen, kwam ik bij Sering in Borgerhout terecht, bij Mia. Dat was op het nippertje want ik was alles aan het opgeven. Ik had helemaal geen zelfvertrouwen meer, ik kon niet meer op een normale manier met mensen spreken. Dat is hier allemaal teruggekomen.

Mia heeft dat allemaal terug wakker gemaakt. Die kan voor mij nooit meer iets verkeerd doen. Ze heeft me steun verleend. Ik heb hier twee jaar met een speciaal statuut mogen werken. Ik heb hier twee prachtige jaren gehad feitelijk, met dingen te doen die ik graag doe. Nog een groot geluk, een vriendin heeft borg gestaan voor mij voor een appartement en sindsdien gaat dat een pak beter. Als je een adres hebt, kan je achter werk gaan. Zonder adres gaat dat allemaal gewoon niet.

En ondertussen heb ik dus een appartement, al drie jaar. Hier in de buurt, in de Gaststraat. Vrij schoon, groot appartement met veel licht. 500 euro, zoiets. Da’s niet lelijk denk ik.

Catje, vrijwilligster bij Sering vzw