Afstandsonderwijs wordt een blijver: trek lessen uit het recente verleden

29/6/2020

De scenario’s voor het onderwijs vanaf september zijn bekend. Het ziet ernaar uit dat afstandsonderwijs een blijvertje wordt. Dat is in het licht van de volksgezondheid volkomen begrijpelijk. Maar afstandsleren was tot nu toe geen hoera-verhaal.

Afstandsleren wordt veelal als digitaal afstandsleren ingevuld, maar dat is zeker geen onverdeeld succes gebleken.

Niet voor de leerkracht die nog zoekende is tussen alle methodieken en digitale tools, niet voor scholen die niet voldoende ICT-ondersteuning kunnen bieden.

En vooral niet voor de leerlingen bij wie de thuiscontext en/of digitale uitrusting nog steeds niet toelaat dat afstandsonderwijs kwaliteitsvol of met gelijke kansen gebeurt, ondanks de inspanningen van scholen.

Wat hebben we nodig om van het volgende schooljaar, mét afstandsleren, een succes te maken voor alle leerlingen? 

In de scenario’s staat dat scholen verplicht een aanbod op school moeten doen aan kwetsbare leerlingen.

“Dat is een goed signaal, maar tegelijk vragen we om hiermee omzichtig om te gaan om jongeren niet te stigmatiseren. Elke school werkt best een plan uit om kwetsbare leerlingen volgend jaar op de best mogelijk manier te bereiken, met de kennis die ze de voorbije maanden over haar leerlingen heeft opgebouwd”, aldus David de Vaal, algemeen coördinator van het Netwerk tegen Armoede.  

Essentieel voor een eerlijke start, is een individuele screening van elke leerling. Op basis van de noden van de leerling en zijn/haar vordering in het curriculum, moet er een plan op maat gemaakt worden. Dat vraagt wat creativiteit en vooral veel flexibiliteit in de schoolorganisatie.

Die oefening in flexibiliteit wordt hoe dan ook gevraagd gezien de richtlijnen over aanwezigheid en contact. Dat vraagt ook dat leerkrachten goed differentiëren, én daar de ruimte en ondersteuning voor krijgen. Er is ondersteuning en professionalisering van schoolteams nodig om leerachterstand vast te stellen, te remediëren en werk te maken van flexibele leerwegen.

De capaciteit van CLB, ondersteuners, buitenschoolse begeleiding … moet op punt staan zodat zij daarin kunnen bijstaan. Dat biedt een antwoord op de impact van de socio-economische status (SES) op de evaluatie en de resultaten van de voorbije maanden.

Zoals de minister zelf aangeeft, kan dit een manier zijn om het afstandsonderwijs in te vullen, maar eigenlijk wordt differentiatie al vele jaren gevraagd van leerkrachten – in de klas. Het hoeft dus zeker niet beperkt te blijven tot werk dat een dag in de week van thuis uit gebeurt. 

Als afstandsonderwijs blijft, dan zal ook het digitale lesgeven niet verdwijnen. Er zal een ICT-investeringsbudget komen voor scholen om hun ICT-ondersteuning te versterken en infrastructuur te verbeteren.

Hoe ze dat doen, bepalen ze zelf. Dat is een begin. Maar je maakt van afstandsleren geen succes met enkel investeringen in hardware.

Er moet ook geïnvesteerd worden in de ontwikkeling van materialen en methodieken voor kwaliteitsvol afstandsleren.

Voor leerkrachten is een nascholingsplan nodig dat hen de kans geeft om zich hierin te versterken, net als een brede opschaling van beschikbaar materiaal voor scholen en leerlingen. 

Het vooropgestelde ICT-budget is bedoeld voor scholen, niet voor gezinnen in armoede. Aan de digitale ongelijkheid zal dit dus weinig veranderen.

Koen Trappeniers, directeur Welzijnszorg: “Voor kwetsbare gezinnen moet er een gericht actieplan komen: welk materiaal is er nodig? Wat is beschikbaar? Met wie kunnen we samenwerken? Scholen hebben sinds de lockdown vaak een beter zicht op de noden en situatie van hun leerlingen.”

Geef hen ondersteuning om die te kunnen opvangen. Voorzie ook kansen voor ouders om zich te versterken in het bijstaan en ondersteunen van hun kinderen. Zij kennen hun noden intussen ook.

En opnieuw: beperk het werken met digitale leermiddelen niet tot een dag in de week vanop afstand. Maar werk op school met de leerlingen met deze tools, zodat ze ermee vertrouwd zijn voor ze er zonder leerkracht mee aan de slag moeten.

Het wordt stilaan een boutade: onderwijs kan niet alle uitdagingen alleen aan. Zeker de aanpak van de digitale kloof is een inspanning die de Vlaamse Regering zal moeten doen.

Eerder dan actieplannen van individuele ministers, vragen het Netwerk tegen Armoede en Welzijnszorg hiervoor een alomvattend plan.

Maar we weten intussen dat de voorbije periode zwaar gewogen heeft (en nog weegt) op het onderwijs, en vooral op kinderen en jongeren die het altijd al moeilijker hadden op school.

Onze ambitie vanaf september moet zijn om onderwijs, ondanks de maatregelen, op een kwaliteitsvolle manier te realiseren. Zodat geen enkel kind en geen enkele jongere uit de boot vallen. 

Netwerk Tegen Armoede, Samenlevingsopbouw & Welzijnszorg

Meer info en contact:
Annabel Cardoen, Politiek en pers
annabel.cardoen@welzijnszorg.be
0497/13.55.87