Reflecties bij het afstandsonderwijs

De Christelijke onderwijsvakbond COV organiseerde op 12 februari een webinar over de plaats van afstandsleren in het onderwijs. Welzijnszorg werd gevraagd enkele reflecties mee te geven vanuit de situatie van kinderen, jongeren en ouders in een maatschappelijke kwetsbare positie.

“We hoorden vandaag zeer interessante wetenschappelijke input. Vanuit Welzijnszorg brengen we geen academische insteek.

Maar wat we weten over afstandsleren bij kinderen en jongeren in maatschappelijk kwetsbare gezinnen komt onder andere uit de bevragingen van Uit De Marge, ’t Lampeke en de gesprekken en signalen van lokale Welzijnsschakel-groepen.

Daarbij is het belangrijk om voor ogen te houden, dat wat we nu weten van het afstandsleren gebeurde tijden een crisissituatie. Dat wil zeggen zonder voorbereiding, met een lockdown en een gezondheidscrisis.

Dus wat we geleerd hebben is misschien niet altijd te herleiden naar afstandsonderwijs in niet-crisistijd, zowel in positieve als in negatieve zin.

Verschillende gezinnen waren blij dat kinderen niet naar school moesten uit gezondheidsoverwegingen. Terwijl het allemaal tegelijk thuis-zijn, met de vrijheidsbeperkingen die in voege waren, voor enorme moeilijkheden zorgde.
Wat hopelijk niet de toekomst zal zijn.

Uiteraard zijn er verschillende drempels en obstakels voor het afstandsleren in het onderwijs. Maar de eerste vraag die we ons moeten stellen is de "waarom-vraag".

Waarom zou men afstandsonderwijs willen in een niet-crisissituatie?

En wat zouden de voordelen zijn voor kinderen en jongeren in een maatschappelijk kwetsbare positie?

Ouders en jongeren gaven ook enkele van de mogelijke voordelen aan. Zo was er tevredenheid over de 1-op-1 begeleiding door leerkrachten en de mogelijkheid om lessen te herbekijken. Sommige jongeren vonden het maken van taken op computer ook motiverender dan op papier.

Gezinnen gaven aan dat er soms minder stress was omdat kinderen niet naar school gebracht moesten worden. En jongeren vonden later opstaan best fijn.

We denken dan ook dat het belangrijk is om die positieve aspecten verder te bekijken, en te onderzoeken hoe ze kunnen geïntegreerd worden in het contactonderwijs.

Wat zijn nu de voornaamste drempels en obstakels?

Het beschikbare materiaal, laptops met de juiste software, is natuurlijk essentieel. We mogen ons niet verliezen in de focus daarop, maar de voorbije periode heeft  uitgewezen dat het toch moeilijker op te lossen is dan soms wordt voorgesteld.

Drempels zijn uiteraard de kostprijs voor het toestel, de software en eventueel extra kosten voor verzekering.

Ook de keuze van de verdeling is belangrijk. Worden ze uitgeleend via een systeem van leasing, of gaat het over een verplichte aankoop? Wordt een waarborg gevraagd en wat met beschadigingen?

We hebben de voorbije periode gemerkt dat de verdeling van laptops voor veel stress in gezinnen heeft gezorgd. We horen nu ook over middelbare scholen die de aankoop van een laptop zullen verplichten voor volgend schooljaar. In vele gevallen komt dit dan helaas bovenop de aankoop van handboeken.

Uiteraard is ook een goede internetverbinding van belang bij het afstandsonderwijs. Naast het materiele zal ook ingezet moeten worden op computervaardigheden van de kinderen én hun ouders.

Naast de instrumenten die nodig zijn, bestaan er nog drempels die afstandsonderwijs voor kinderen en jongeren in een maatschappelijke kwetsbare situatie moeilijk maken.

De thuiscontext speelt een belangrijke rol.

Fysiek, de woning. In een kleine woning wonen, waar kinderen niet allemaal een eigen kamer hebben. Soms in woningen die in slechte staat zijn, waardoor leerlingen zich schamen over hun huis.

Dit binnenkijken in de thuiscontext kan een grote drempel zijn, waar we voorzichtig mee moeten omgaan. We horen ook regelmatig dat leerkracht nu door meer zicht te hebben op de thuiscontext ook meer begrip toont. Maar veel mensen hebben ook net schrik dat vooroordelen de kop zouden opsteken.

Een ander aspect van thuiscontext is de hulp die ouders kunnen bieden. Wat verwachten we van ouders tijdens het afstandsonderwijs. Verschillende ouders geven aan dat ze zich niet in staat voelen om hun kinderen voldoende te ondersteunen tijdens het afstandsleren. Het afstandsleren mag dus niet afhangen van de steun die een kind krijgt van de ouders.

Dit is dezelfde kritiek als bij overmatig huiswerk. Ook hierbij geldt dat de visie op wat men wil bereiken van groot belang is. Waarom wil men afstandsonderwijs en welke doelen wil men hiermee bereiken?

Een volgend groot aandachtspunt is de communicatie met ouders.

We weten dat ouderbetrokkenheid heel belangrijk is in het realiseren van gelijke onderwijskansen. We maken ons ernstige zorgen over deze ouderbetrokkenheid nu tijdens de huidige crisis.

Op verschillende scholen verloopt ook het contact met ouders nu volledig digitaal. Ouders kunnen vaak heel wat zien over wat hun kind doet op school, welke taken ze maken, hoeveel punten ze behaalden, via Smartschool of andere platform.

Maar weten ze daarmee ook écht hoe het gaat op school? En zal contact met de ouders afgewimpeld worden omdat je toch alles kan volgen via het platform?

Als afsluitende reflectie. Of we nu verder gaan met afstandsleren of niet. De thuiscontext, het niet hebben of kunnen gebruiken van een computer, slecht behuisd zijn, … spelen ook zonder afstandsleren een rol bij het maken van huistaken en het studeren voor toetsen en examens.

Dus de belangrijkste vraag die het onderwijs zich moet stellen is:

Hoe bieden we al onze leerlingen gelijke onderwijskansen, rekening houdend met hun persoonlijke context?"